De pianolessen van Mies Rootlieb
Amsterdam, 1957

Mies Rootlieb; interview in Het Parool 1984
Elke woensdagmiddag, weer of geen weer, trok ik mijn jas aan, duwde de huisdeur dicht met een zucht, liep vier trappen omlaag naar de buitendeur en begon aan de tocht van een half uur naar de Brederodestraat. Mijn voeten kenden het ritme inmiddels beter dan ik de Etudes van Chopin kende. Witte de Withstraat, Kinkerstraat, Jan Pieter Heijestraat – het waren vaste maten in een compositie die ik elke week opnieuw moest spelen.
Aan het einde wachtte juffrouw Rootlieb. Ze heette officieel Maria Sophia Rootlieb, maar iedereen noemde haar Mies. Een naam die net zo kort en kordaat was als zijzelf. Mies was geboren in 1897, had al grijs haar toen ik haar leerde kennen, en droeg altijd dezelfde donkergrijze wollen rok die wat stug glansde in het schemerlicht van haar salon. In het Parool van 1984 werd zij op haar 87e geïnterviewd. Daar zat ze, voor haar piano, tussen kandelaars, partituren en herinneringen. De kop sprak boekdelen: Acht miljoen minuten naast de piano.
Vriendelijk, maar streng – dat was ze. Vriendelijk als ik net binnenkwam, met een knikje en een ‘dag jongen’, maar streng zodra ik ging zitten aan de piano. Mijn vingers werden gecommandeerd alsof ze soldaten waren. ‘Duidelijker legato!’ of ‘Geen gezucht, muziek is geen straf!’ zei ze dan, terwijl ze haar bril iets omhoog duwde op haar neus.
Thuis stond onze piano in de zijkamer van de bovenwoning aan de Jan van Galenstraat. Mijn moeder vond muziek belangrijk. Ze had vier jongens en ze moesten allemaal ’ten minste iets’ leren spelen. Voor mij was dat piano. Elke dag een half uurtje oefenen, verplicht. Niet meer, niet minder. Meer vond moeder niet nodig – of misschien niet betaalbaar.

Onze moeder en wij, haar vier jongens, in de zijkamer met de piano. Ik zit links.
Ik had een soort haat-liefdeverhouding met dat instrument. Het glansde zwart en indrukwekkend in de suite, maar keek me elke dag verwijtend aan als ik probeerde weg te glippen zonder de vingeroefeningen van Hanon te spelen. De piano wist alles. En toch, ondanks de weerstand, groeide er iets. Niet zozeer liefde voor de muziek, maar een soort kennis, een vaardigheid. Alsof er een deur op een kier kwam te staan naar een andere wereld – eentje waarin ik, ondanks alles, iets kon wat niet iedereen kon.
De jaarlijkse uitvoering in theater Bellevue was een terugkerende beproeving. In het begin speelde ik trillend van angst naast Mies, die als een wakende engel aan mijn liknkerzijde zat.

Uitvoering in Bellevue. Mies Rootlieb links van mij.
De uitvoering. Ik zit gespannen naast haar, zij met haar voeten vlak achter de pedalen, het hoofd iets naar voren – klaar om in te grijpen.
Maar op een dag mocht ik het alleen doen. Geen bijstand. Geen correcties. Alleen ik, het publiek, en Fur Elise. Toen ik begon te spelen – en de eerste maten over de zaal rolden – voelde ik iets wat ik nooit vergeten ben. Niet trots, niet opluchting, maar iets ertussenin. Een gewaarwording van: ik kan dit. Het applaus was zacht maar oprecht. Ik knikte even naar Mies, die vanaf de zijkant toekeek, haar armen over elkaar, glimlachend.
Ik ben nooit een groot pianist geworden. In mijn volwassen leven heb ik zelden nog achter een piano gezeten. Maar ergens, diep vanbinnen, draag ik die woensdagmiddagen nog steeds met me mee. Niet de noten, niet de stukken, maar het besef: muziek leert je luisteren. Naar jezelf. Naar discipline. Naar wat je niet hardop kunt zeggen.
Mies Rootlieb ging maar door. Lesgeven tot haar 94e, een koninklijke onderscheiding op haar 90e, interviews, een documentaire – de wereld leerde haar pas kennen toen ze al oud was. Maar ik kende haar al veel eerder. Zij was een van de vrouwen die me gevormd heeft. Niet met woorden, maar met toonladders, en halve en hele. Ze is nooit getrouwd. Dat hoefde ook niet. Ze was muziek. En van muziek is ze nooit gescheiden.
![]()
Hallo, ik heb genoten van het verhaal over de pianolessen van Mies Rootlieb van Karel Frugte.
Al jaren heb ik een krantenartikel uit 1986 over haar op de lessenaar van mijn vleugel staan en lees het af en toe door,
met het verlangen haar achterna te gaan in carrière en leeftijd.
Zelf ben ik 83 jaar en geef al zo’n 60 jaar pianoles (begonnen aan ’t eind van mijn conservatoriumtijd) en doe dat nog steeds met veel plezier en energie (gelukkig dus ook nog gezond en ondernemend). Ook ik woon op een etage (3 hoog) en heb een vleugel en een piano.
Op dit moment is mijn jongste leerling 21 en de oudste 90 (!)(die studeert 3 uur per dag piano).
Groeten,
Coosje
Pracht verhaal Karel. Muziek hoort inderdaad bij je opvoeding. Je moeder had helemaal gelijk